Carlijn Rouwet Advocatuur Beoordeling door klanten: 9.4/10 44 beoordelingen

Begin dit jaar hebben Sjors en ik een notariële samenlevingsovereenkomst gesloten. Verstandig, mede vanwege het feit dat wij vorig jaar samen een woning hebben gekocht en er (inmiddels) twee kinderen zijn. Tijdens het overleg met de notaris over de inhoud van die overeenkomst, kwam onder meer het al dan niet opnemen van een onderhoudsverplichting aan de orde.

Nu het aantal stellen dat gaat samenwonen zonder te trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat jaarlijks toeneemt, is het belangrijk dat hieraan aandacht wordt besteed. In de praktijk kan een samenleving aanvoelen als een huwelijk, maar de wettelijke rechten en plichten zijn anders. Dit geldt ook ten aanzien van partneralimentatie. Mensen zijn zich van dit juridische verschil niet altijd bewust, met alle gevolgen van dien na het verbreken van de relatie.

Namelijk: voor samenwoners bestaat er geen wettelijke verplichting om in elkaars levensonderhoud te voorzien na het beëindigen van de samenwoning. Dit is wel het geval indien een huwelijk of een geregistreerd partnerschap wordt beëindigd. Voor samenwoners geldt echter dat er in de samenlevingsovereenkomst uitdrukkelijk een alimentatiebeding opgenomen moet zijn om in een dergelijke verplichting te kunnen voorzien.

Het gaat daarbij niet alleen om een tekstuele uitleg van de alimentatieafspraak in de samenlevingsovereenkomst. Vooral is van belang onder welke omstandigheden de bepaling in de samenlevingsovereenkomst is opgenomen. Dit leert een recente uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 8 september 2020. In die situatie hadden partijen in hun samenlevingsovereenkomst een alimentatiebeding opgenomen. Drie jaar na de beëindiging van de samenwoning deed de vrouw een beroep op dit beding, waarbij zij vooral een tekstuele uitleg van de alimentatiebepaling gaf. De man, daarentegen, gaf een duidelijk inzicht onder welke omstandigheden de alimentatiebepaling destijds in de samenlevingsovereenkomst was opgenomen. Volgens de man had dat te maken met het feit dat de vrouw haar alimentatieaanspraken jegens haar vorige echtgenoot verloor en het feit dat zij op dat moment niet in haar eigen levensonderhoud kon voorzien. Bij het beëindigen van de samenleving kon zij wel in haar levensonderhoud voorzien. In de alimentatiebepaling was geen enkele verwijzing gemaakt naar een behoefte die gebaseerd dient te worden op een behoefte ten tijde van de samenleving van partijen en daarop kon dan ook geen beroep worden gedaan. In deze zaak was de uitleg / achtergrond van het opnemen van de alimentatiebepaling dus doorslaggevend: de vrouw had geen recht (meer) op partneralimentatie, zij kon immers zelf in haar levensonderhoud voorzien.

Kortom:

Ongehuwd samenwonenden hebben na het verbreken van de relatie geen wettelijk recht op partneralimentatie. Als dit wel gewenst is, dan zullen zij in een samenlevingsovereenkomst afspraken hierover moeten laten vastleggen. Daarbij is van belang dat de formulering van die alimentatieafspraak in de samenlevingsovereenkomst correct is en aansluit bij de bedoeling van de samenwoners. Duidelijk moet zijn onder welke omstandigheden het alimentatiebeding is opgenomen. De bepalingen uit de wet zijn namelijk niet automatisch van toepassing. Samenlevers zullen uitdrukkelijk bepaalde wetsartikelen in de samenlevingsovereenkomst van toepassing moeten verklaren als zij daarop een beroep willen doen.

Voor vragen over dit blog ben ik uiteraard bereikbaar via carlijn@rouwetadvocaat.nl of op 0630734877.